Citaat | Raad van State 18 juli 2018

Onder 45.1. Raad van State 18 juli 2018

Een alinea uit Raad van State 18 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2447.

In de vergunningaanvraag zijn bandbreedten vermeld voor onder meer de ashoogte, de rotordiameter, de mastvoet en de tiphoogte van de windturbines. Anders dan [appellant sub 2A] en [appellant sub 2B] veronderstellen, is niet vereist dat bij de vergunningaanvraag en bij de vergunningverlening al een keuze wordt gemaakt voor het type windturbine. Het is aan het college om bij de beoordeling van de aangevraagde omgevingsvergunning uit te gaan van een zogenoemd "worst case scenario" binnen de in de aanvraag vermelde bandbreedten. De Afdeling verwijst hierbij ter vergelijking naar de uitspraken van 17 januari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:141, r.o. 68.1 en 14 december 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3331, r.o. 3. Dit betekent dat het college bij de toetsing aan artikel 5.13b, eerste lid, van het Bor op basis van het "worst case scenario" dient te beoordelen of voor de realisatie van windpark Hulteweg een milieueffectrapport moet worden gemaakt. Voor de conclusie dat het college deze toetsing bij de vergunningverlening onvoldoende heeft verricht, ziet de Afdeling in het aangevoerde geen aanleiding. De Afdeling verwijst hierbij naar hetgeen hiervoor onder 20.3 over het geluidonderzoek is overwogen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/58fedff48815f2d544b150ee0e10626d578372602f5a7b37da12adfa70ba7426. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 58fedff48815f2d544b150ee0e10626d578372602f5a7b37da12adfa70ba7426, en de alinea staat in dat document op bytes 107917 tot 109123.