Citaat | Raad van State 24 januari 2018
Alinea 208 Raad van State 24 januari 2018
Een alinea uit Raad van State 24 januari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:249.
In cassatie had de advocaat van verdachte aangevoerd dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk had moeten worden verklaard in de vervolging omdat de vervolging in strijd zou zijn met het ne bis in idem-beginsel en het una via-beginsel, aangezien verdachte voor dezelfde overtreding van de Opiumwet al een gemeentelijke waarschuwing had gekregen op grond van het lokale coffeeshopbeleid. In de conclusie stelt de AG voorop dat beide beginselen alleen van toepassing zijn als de procedure waarin de waarschuwing is gegeven op grond van de Engel-criteria strekt tot ‘determination of a criminal charge’ als bedoeld in artikel 6 EVRM, (zie noot 94) casu quo als punitieve sanctie moet worden aangemerkt. Volgens haar is dat niet het geval.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e26bdde1a72603f17fdf274b59c36edce9b7600ee221c0284747e4b49a68f354. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e26bdde1a72603f17fdf274b59c36edce9b7600ee221c0284747e4b49a68f354, en de alinea staat in dat document op bytes 144682 tot 145473.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e26bdde1a72603f17fdf274b59c36edce9b7600ee221c0284747e4b49a68f354 | shasum -a 256