Citaat | Raad van State 24 januari 2018

Alinea 254 Raad van State 24 januari 2018

Een alinea uit Raad van State 24 januari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:249.

In de reacties van diverse amici is de uitspraak veroordeeld, omdat ze te kort zou doen aan de rechtsbescherming van betrokkene, nu de oplegging van de nihil-boete - of zij nu Awb-technisch een bestuurlijke boete is of niet - het oordeel inhoudt dat een overtreding heeft plaatsgevonden en met die oplegging (dat is althans de bedoeling van verweerder) rekening kan worden gehouden bij eventuele recidive. Volgens mij is deze kritiek ongegrond. Los van de vraag of een nihil-boete een bestuurlijk boete is of niet (zie hierna), leidt het oordeel van het College dat bestuursorganen niet bevoegd zijn om nihil-boetes op te leggen ertoe dat - en dat blijkt klip en klaar uit de uitspraak - die boete wordt vernietigd en dus met terugwerkende kracht uit de rechtsorde wordt verwijderd. Daarom kan zij geen oordeel inhouden over het al dan niet begaan zijn van de overtreding en al evenmin een rol spelen bij eventuele recidive. (zie noot 111)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e26bdde1a72603f17fdf274b59c36edce9b7600ee221c0284747e4b49a68f354. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e26bdde1a72603f17fdf274b59c36edce9b7600ee221c0284747e4b49a68f354, en de alinea staat in dat document op bytes 180467 tot 181454.