Citaat | Raad van State 24 januari 2018
Alinea 259 Raad van State 24 januari 2018
Een alinea uit Raad van State 24 januari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:249.
Dat het College afwijkt van zijn eerdere rechtspraak en die van de CRvB wil natuurlijk niet zeggen dat zijn nieuwe opvatting rechtens onjuist is. Volgens mij is zij in elk geval verdedigbaar, omdat de oplegging van een nihil-boete inderdaad geen ‘onvoorwaardelijke verplichting tot betaling van een geldsom inhoudt’, zoals geëist in artikel 5:40, eerste lid, Awb, aangezien die oplegging niet leidt tot betaling van een geldsom. Van de andere kant had een ander oordeel wellicht ook gekund, omdat een geldsom van € 0,- ook een geldsom is. Wat daar verder van zij, van belang is dat de hoogste bestuursrechters op dit punt één lijn volgen. Nu het CBB een duidelijke en verdedigbare lijn heeft gekozen, zou deze wat mij betreft ook moeten worden gevolgd door de Afdeling en de CRvB.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e26bdde1a72603f17fdf274b59c36edce9b7600ee221c0284747e4b49a68f354. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e26bdde1a72603f17fdf274b59c36edce9b7600ee221c0284747e4b49a68f354, en de alinea staat in dat document op bytes 185392 tot 186194.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e26bdde1a72603f17fdf274b59c36edce9b7600ee221c0284747e4b49a68f354 | shasum -a 256