Citaat | Raad van State 24 januari 2018
Alinea 279 Raad van State 24 januari 2018
Een alinea uit Raad van State 24 januari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:249.
De hier verwoorde opvatting is ook in overeenstemming met de juridische dogmatiek van het Awb-besluitbegrip volgens welke Awb-besluiten in principe een wettelijke grondslag moeten hebben (punt 3.4) en is gunstig vanuit de optiek van een effectieve handhaving (punt 3.3). Zij lijkt mij in beginsel ook redelijk, omdat de waarschuwingen in kwestie mede voortvloeien uit de beginselen van behoorlijk bestuur, meer in het bijzonder artikel 3:4 Awb, omdat het opleggen van een bestuurlijke sanctie naar aanleiding van de eerste overtreding onevenredig zou kunnen zijn. Gelet op deze achtergrond is het niet logisch om deze waarschuwing vervolgens weer te formaliseren door haar aan te merken als appellabel Awb-besluit. Het gevolg daarvan zou zelfs kunnen zijn dat het bestuur dat - in lijn met de in punt 3.3 besproken handhavingstheorie - primair inzet op compliance ter voorkoming van juridische procedures zal kiezen voor een voor-waarschuwing, waarbij dan opnieuw de vraag zal worden opgeworpen of deze wellicht ook een Awb-besluit is et cetera. Dat lijkt mij een weinig aantrekkelijk perspectief.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e26bdde1a72603f17fdf274b59c36edce9b7600ee221c0284747e4b49a68f354. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e26bdde1a72603f17fdf274b59c36edce9b7600ee221c0284747e4b49a68f354, en de alinea staat in dat document op bytes 198457 tot 199567.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e26bdde1a72603f17fdf274b59c36edce9b7600ee221c0284747e4b49a68f354 | shasum -a 256