Citaat | Raad van State 24 januari 2018

Alinea 286 Raad van State 24 januari 2018

Een alinea uit Raad van State 24 januari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:249.

Het voorgaande betekent dat een waarschuwing wat mij betreft altijd een maximale termijn moet bevatten. Die wens is ook ingegeven door het rechtszekerheidsbelang van betrokkene en is als het ware een compromis tussen enerzijds het feit dat niet-wettelijke waarschuwingen geen Awb-besluit zijn en dus niet direct in rechte kunnen worden aangevochten en anderzijds de op artikel 6 EVRM, gebaseerde eis dat belanghebbenden ook bewijsrechtelijk een reële mogelijkheid moeten hebben om de rechtmatigheid ervan aan de orde te kunnen stellen. Bovendien past zo’n maximale termijn bij het doel van de waarschuwing dat belanghebbende de in de waarschuwing geconstateerde overtreding ongedaan maakt. Maakt hij die overtreding binnen de gestelde termijn ongedaan, dan is er volgens mij geen reden om de waarschuwing als een niet in rechte getoetst ‘zwaard van Damocles’ gedurende een lange periode boven diens hoofd te laten hangen. Dat de (overtreding waarop de) waarschuwing (betrekking heeft) na afloop van de gekozen termijn geen ‘sanctieverhogende’ factor meer kan zijn vanwege recidive, acht ik niet bezwaarlijk omdat als gevolg van de niet-appellabiliteit van de waarschuwing de eerste overtreding ook niet in rechte onherroepelijk is vastgesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e26bdde1a72603f17fdf274b59c36edce9b7600ee221c0284747e4b49a68f354. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e26bdde1a72603f17fdf274b59c36edce9b7600ee221c0284747e4b49a68f354, en de alinea staat in dat document op bytes 205950 tot 207217.