Citaat | Raad van State 24 januari 2018

Alinea 287 Raad van State 24 januari 2018

Een alinea uit Raad van State 24 januari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:249.

Wat de precieze maximale lengte van zo’n termijn moet zijn, is lastig te bepalen omdat die lengte mede afhankelijk is van de vraag wanneer zich, mede gelet op de overtreding, reële bewijsproblemen zouden kunnen voordoen. Als enigszins arbitraire (vuist)regel lijk mij een maximale termijn van twee jaar redelijk. Een dergelijke termijn geldt bijvoorbeeld voor de waarschuwing van artikel 18a Wet Werk en Bijstand/Participatiewet (punt 4.9).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e26bdde1a72603f17fdf274b59c36edce9b7600ee221c0284747e4b49a68f354. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e26bdde1a72603f17fdf274b59c36edce9b7600ee221c0284747e4b49a68f354, en de alinea staat in dat document op bytes 207266 tot 207722.