Citaat | Raad van State 24 januari 2018

Alinea 331 Raad van State 24 januari 2018

Een alinea uit Raad van State 24 januari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:249.

CRvB 30 juli 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:2799: in deze zaak had de minister het tegen de herziening van toegekende beurs gemaakte bezwaar wegens termijnoverschrijding terecht niet-ontvankelijk verklaard en opgelegde bestuurlijke boete gehandhaafd, omdat als gevolg van het onaantastbaar worden van de herziening geen inhoudelijk toetsing meer mogelijk zou zijn. De CRvB oordeelt als volgt: "4.3. Het opleggen van een bestuurlijke boete is een voor de belanghebbende belastend besluit. Volgens vaste rechtspraak van de Raad […], is het dan aan het bestuursorgaan om de nodige kennis omtrent de relevante feiten te vergaren. De bewijslast met betrekking tot de stelling dat betrokkene niet heeft voldaan aan de in artikel 1.5 van de Wsf 2000 neergelegde voorwaarden voor toekenning van een uitwonendenbeurs rust daarom op de Minister. Bij een boeteoplegging houdt dit concreet in dat de Minister moet aantonen dat betrokkene niet woont op zijn GBA-adres. Niet voldoende is dat slechts aannemelijk is gemaakt dat betrokkene niet op zijn GBA-adres woonde. Weliswaar is in artikel 9.9, eerste lid, van de Wsf 2000 de hoogte van de (maximaal) op te leggen boete gekoppeld aan (het bedrag van) de herziening, waarvoor een minder zware bewijslast geldt, maar deze bepaling doet geen afbreuk aan de bewijslast bij een bestraffende sanctie als hier aan de orde."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e26bdde1a72603f17fdf274b59c36edce9b7600ee221c0284747e4b49a68f354. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e26bdde1a72603f17fdf274b59c36edce9b7600ee221c0284747e4b49a68f354, en de alinea staat in dat document op bytes 247049 tot 248412.