Citaat | Raad van State 24 januari 2018

Alinea 42 Raad van State 24 januari 2018

Een alinea uit Raad van State 24 januari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:249.

"De vraag of tegen een waarschuwing in rechte kan worden opgekomen keert regelmatig terug in de rechtspraak van de hoogste bestuursrechters. Het antwoord op deze vraag is niet eensluidend en afhankelijk van een aantal factoren. Gelet hierop bestaat, mede uit oogpunt van rechtseenheid en rechtsontwikkeling, de behoefte aan een conclusie waarin deze factoren in kaart worden gebracht. Zowel de Afdeling bestuursrechtspraak als de Centrale Raad van Beroep (CRvB) en het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) hebben hierover uitspraken gedaan. Daarom verzoek ik u allereerst in uw conclusie aandacht te besteden aan de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak en de andere hoogste bestuursrechters over de bestuurlijke waarschuwing, waaronder die van de CRvB in sociale zekerheids- en ambtenarenzaken. Verder verzoek ik u de zogenoemde nihil-boete bij uw conclusie te betrekken (CBb 26 juni 2017, ECLI:NL:CBB:2017:215). Ik verzoek u in uw conclusie ook in te gaan op de vraag welke omstandigheden relevant zijn voor het antwoord op de vraag of een schriftelijke bestuurlijke waarschuwing als een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb moet worden aangemerkt. Omstandigheden die in dit verband een rol zouden kunnen spelen zijn mogelijk of de waarschuwing een grondslag heeft in de wet of in een beleidsregel; of de waarschuwing de noodzakelijke voorwaarde is voor een andere bestuurlijke maatregel (bijvoorbeeld oplegging van een boete of intrekking van een vergunning); of de wet of de beleidsregel voorziet in de mogelijkheid tot intrekking van een eenmaal gegeven waarschuwing. Wellicht zijn ook andere omstandigheden in dit verband relevant, waarbij mogelijk kan worden gedacht aan een eventueel punitief of diffamerend karakter van de waarschuwing. Verder verzoek ik u in te gaan op hetgeen de rechtbank over artikel 5:34, tweede lid, van de Awb heeft overwogen. Tevens verzoek ik u in te gaan op de gevolgen van het aanmerken van een waarschuwing als een besluit, waarbij kan worden gedacht aan de formele rechtskracht van het besluit waarbij de waarschuwing is gegeven, indien deze niet in bezwaar en beroep wordt aangevochten en de betekenis daarvan bij de beoordeling van een op de waarschuwing volgende maatregel. Heeft de gewaarschuwde (nog) mogelijkheden om in de vervolgprocedure de aan de waarschuwing ten grondslag liggende feiten en omstandigheden te betwisten? Aan de hand van de antwoorden op de hiervoor gestelde vragen verzoek ik u een standpunt in te nemen over de vraag of de in deze zaak door de minister gegeven waarschuwing als een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb moet worden aangemerkt."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e26bdde1a72603f17fdf274b59c36edce9b7600ee221c0284747e4b49a68f354. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e26bdde1a72603f17fdf274b59c36edce9b7600ee221c0284747e4b49a68f354, en de alinea staat in dat document op bytes 27136 tot 29825.