Citaat | Raad van State 24 januari 2018

Alinea 74 Raad van State 24 januari 2018

Een alinea uit Raad van State 24 januari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:249.

3.7. Ik kom tot een afronding van deze inleidende beschouwingen. In het voorgaande heb ik het spanningsveld geschetst waarbinnen de vraag van de voorzitter over de appellabiliteit van de waarschuwing kan worden gesitueerd. Daarbij spelen drie perspectieven een rol. In de eerste plaats is dat de (neutrale) juridisch-dogmatische betekenis van het begrip ‘besluit’ van artikel 1:3 Awb, omdat alleen tegen besluiten beroep bij de bestuursrechter kan worden ingesteld. Hoewel het begrip ‘besluit’ een lange geschiedenis kent, bestaat aan de randen ervan nog steeds discussie. Bij de keuzes aan die randen is in de eerste plaats het perspectief van effectieve rechtsbescherming van belang. Vanuit dat perspectief hanteren bestuursrechters een strategisch besluitbegrip en merken zij soms beslissingen die volgens de dogmatiek niet zouden worden aangemerkt als Awb-besluit, (voor de rechtsbescherming) toch als zodanig aan. Daartegenover staat het perspectief van een effectieve handhaving op grond waarvan het wenselijk kan zijn het besluitbegrip niet te zeer op te rekken, omdat die handhaving anders wordt belemmerd door (te) veel rechtsbeschermings(smomenten). Het doel van deze conclusie is zoals gezegd om ten aanzien van de waarschuwing in dit spanningsveld het juiste midden te vinden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e26bdde1a72603f17fdf274b59c36edce9b7600ee221c0284747e4b49a68f354. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e26bdde1a72603f17fdf274b59c36edce9b7600ee221c0284747e4b49a68f354, en de alinea staat in dat document op bytes 53013 tot 54322.