Citaat | Raad van State 25 juli 2018

Alinea 32 Raad van State 25 juli 2018

Een alinea uit Raad van State 25 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2491.

3.4. De rechtbank heeft terecht overwogen dat artikel 26 van de Awir dwingend voorschrijft dat als een herziening tot een terug te vorderen bedrag leidt, de belanghebbende dat bedrag in zijn geheel is verschuldigd. De rechtbank heeft ook terecht overwogen, onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling van 19 november 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4179, dat in de Awir geen bepaling is opgenomen op grond waarvan de Belastingdienst/Toeslagen van terugvordering van de teveel betaalde voorschotten kan afzien of het terug te vorderen bedrag kan matigen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7fb81ee56797ed714e7d4626d1f32c5d812b22ad63c0331d502119f9584d52b3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7fb81ee56797ed714e7d4626d1f32c5d812b22ad63c0331d502119f9584d52b3, en de alinea staat in dat document op bytes 12420 tot 12990.