Citaat | Raad van State 12 september 2018

Alinea 34 Raad van State 12 september 2018

Een alinea uit Raad van State 12 september 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2956.

Indien een zienswijze, bezwaar- of beroepschrift in de brievenbus van het bestuursorgaan of de rechterlijke instantie is gedeponeerd en het geschrift blijkens het door het bestuursorgaan of de rechterlijke instantie daarop geplaatste stempel van ontvangst na het einde van de termijn is ontvangen, is het aan de indiener om aannemelijk te maken dat het geschrift eerder dan het stempel aangeeft door de geadresseerde is ontvangen. De rechtbank heeft terecht overwogen dat [appellante] niet met concreet, objectief bewijs aannemelijk heeft gemaakt dat zij het bezwaarschrift uiterlijk 13 mei 2016 bij het college heeft bezorgd. [appellante] heeft ten ondersteuning van haar standpunt een verklaring van [persoon] overgelegd. Volgens [appellante] heeft zij de brief na sluitingstijd door de brievenbus gedeponeerd. Dat het college vervolgens pas later een stempel op het stuk heeft gezet komt voor haar risico en derhalve is het aan haar om aannemelijk te maken dat het stuk eerder door het college zou zijn ontvangen. Met de enkele verklaring van [persoon] uit haar naaste kennissenkring heeft zij dat niet aannemelijk gemaakt. Die verklaring is geen objectief bewijs en wijkt bovendien af van haar in bezwaar ingenomen stelling dat zij de brief op 11 mei 2016 heeft bezorgd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/efaa8dbc442aa411ddd6bdce0d6564353059d71c325a8d7939a1457d81824637. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt efaa8dbc442aa411ddd6bdce0d6564353059d71c325a8d7939a1457d81824637, en de alinea staat in dat document op bytes 9721 tot 11024.