Citaat | Raad van State 12 september 2018

Alinea 44 Raad van State 12 september 2018

Een alinea uit Raad van State 12 september 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2956.

6.1. Het is aan het college om aan de hand van feiten en omstandigheden vast te stellen dat [appellante] na het verlopen van de begunstigingstermijn niet aan de last heeft voldaan en de recreatiewoning voor niet-recreatieve bewoning werd gebruikt. Anders dan de rechtbank is de Afdeling van oordeel dat het college daarin wat de recreatiewoning [A] betreft niet is geslaagd. Aan het besluit heeft het college twee omstandigheden ten grondslag gelegd namelijk dat de woning een bewoonde indruk maakte en de verklaring van een jongeman. De enkele omstandigheid dat de recreatiewoning tijdens de controles een bewoonde indruk maakte, is onvoldoende voor de conclusie dat de recreatiewoning voor niet-recreatieve bewoning werd gebruikt. In dit verband verwijst de Afdeling naar haar eerder genoemde uitspraak van 15 november 2017. Het college heeft in dit geval geen andere feiten en omstandigheden aangedragen waaruit al dan niet in samenhang met de bewoonde indruk zou blijken dat de recreatiewoning voor niet-recreatieve bewoning werd gebruikt. De in het rapport genoemde verklaring is onvoldoende. Daarbij is van belang dat [appellante] de in het rapport genoemde verklaring van de jongeman gemotiveerd heeft betwist. In het rapport wordt niet vermeld wie de verklaring heeft afgelegd. [appellante] heeft hierover verklaard dat zij vermoedt dat de zoon van de huurder een verklaring heeft afgelegd. Zij heeft gedurende de gehele procedure consequent verklaard dat hij niet de huurder was maar zijn vader. Zijn vader was naar Nederland overgekomen om zijn zoon te zien en verbleef in de recreatiewoning. De jongeman was in Nederland voor werk maar verbleef niet in de recreatiewoning. Ter ondersteuning van het voorgaande heeft zij een verklaring van de door haar bedoelde man overgelegd waarin het voorgaande wordt bevestigd. De Afdeling acht in dit verband verder van belang dat uit de controlerapporten volgt dat op 10 september 2016 aan de toezichthouder door een andere Engelsman zou zijn verklaard dat hij hier op vakantie was. De op 17 september 2016 afgelegde verklaring is voor de Afdeling derhalve niet voldoende om het college in zijn bewijslast geslaagd te achten, omdat deze niet overeenkomt met de eerder afgelegde verklaring, de verklaring van [appellante], de door haar overgelegde verklaring van de jongeman en de door overgelegde boekingsbevestiging.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/efaa8dbc442aa411ddd6bdce0d6564353059d71c325a8d7939a1457d81824637. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt efaa8dbc442aa411ddd6bdce0d6564353059d71c325a8d7939a1457d81824637, en de alinea staat in dat document op bytes 14249 tot 16635.