Citaat | Raad van State 31 januari 2018

Alinea 40 Raad van State 31 januari 2018

Een alinea uit Raad van State 31 januari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:301.

6. [appellant] betoogt vervolgens dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de minister de documenten waarin zijn persoonsgegevens zijn verwerkt niet behoefde te verstrekken. Hem wordt ten onrechte informatie onthouden en het is volgens hem duidelijk dat er iets geheim moet blijven. Hij heeft verzocht om beantwoording van zes vragen en de vragen 2 tot en met 5 zijn niet beantwoord. Bovendien kan hij de juistheid van het antwoord op de vragen 1 en 6 niet controleren, omdat hem informatie wordt onthouden. Omdat hem de informatie over de correspondentie tussen de minister en het EHRM wordt onthouden, heeft hij recht op beantwoording van de door hem gestelde zes vragen. Deze informatie heeft hij nodig om te kunnen controleren welke informatie de minister in zijn bezit heeft en of deze informatie juist en volledig is. Verder heeft de rechtbank miskend dat hij het recht heeft de herkomst van de twee brieven van het EHRM van 19 september 2013 te kunnen controleren. [appellant] heeft in dat kader gesteld dat hij niet uitsluit dat de minister de brieven van 19 september 2013 niet rechtstreeks van het EHRM heeft ontvangen, maar van een ander Nederlands bestuursorgaan of rechterlijk college. Ook heeft de rechtbank ten onrechte geoordeeld dat hij niet gerechtigd zou zijn de naam van de ambtenaar, die per brief of per e-mail zou hebben gecommuniceerd met het EHRM, te vernemen, aldus [appellant].

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4e6121ca345f8b8e18cc277f77e5e2abee61d30f378a90c65ceddcee7e841caf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4e6121ca345f8b8e18cc277f77e5e2abee61d30f378a90c65ceddcee7e841caf, en de alinea staat in dat document op bytes 13464 tot 14897.