Citaat | Raad van State 19 september 2018
Alinea 39 Raad van State 19 september 2018
Een alinea uit Raad van State 19 september 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3052.
4.4. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 9 maart 2016, ECLI:NL:RVS:2016:599) volgt uit de tekst van artikel 2, eerste lid, van de Wth en de geschiedenis van de totstandkoming van de wet, dat een tijdelijk huisverbod alleen kan worden opgelegd aan degene die in het huis waarvoor dat verbod geldt, woont of gedeeltelijk woont. Zo is in de memorie van toelichting bij deze bepaling vermeld dat erin wordt voorzien dat ook aan iemand die slechts een gedeelte van de week bij diens partner verblijft toch een huisverbod kan worden opgelegd (Kamerstukken II 2005/06, 30 657, nr. 3, blz. 19). Het anders dan incidenteel verblijven als bedoeld in artikel 2, eerste lid, ziet, gelet op de tekst van dat artikel, op één of meer andere personen dan de uithuisgeplaatste die in het huis waarvoor het verbod geldt verblijf hebben. Zoals hiervoor, onder 4.3, is overwogen dient er in dit geval van uit te worden gegaan dat [belanghebbende] anders dan incidenteel in de woning verbleef, maar daar niet woonde. Anders dan [wederpartij] als verweer naar voren lijkt te brengen, kon derhalve aan [belanghebbende] geen huisverbod worden opgelegd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/100a9254a6e45e1eb35d3d7527e96d6293eb8528a9da31308996f5648139c87a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 100a9254a6e45e1eb35d3d7527e96d6293eb8528a9da31308996f5648139c87a, en de alinea staat in dat document op bytes 14769 tot 15935.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/100a9254a6e45e1eb35d3d7527e96d6293eb8528a9da31308996f5648139c87a | shasum -a 256