Citaat | Raad van State 3 oktober 2018

Alinea 32 Raad van State 3 oktober 2018

Een alinea uit Raad van State 3 oktober 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3215.

6. [appellant] betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat voor toepasselijkheid van artikel 8, aanhef en onder c, van de Wbp ook noodzakelijk is dat op degene die om verstrekking van persoonsgegevens verzoekt - in dit geval Stadgenoot - een wettelijke verplichting rust waarvoor de gevraagde gegevens nodig zijn. In dit geval is die wettelijke verplichting er volgens hem niet. Verder heeft de rechtbank ten onrechte overwogen dat artikel 252a van Boek 7 van het BW per 1 april 2016 inhoudelijk is gewijzigd. Volgens de geschiedenis van de totstandkoming van die wijziging betreft het slechts een tekstuele wijziging. Hij voert verder aan dat de inspecteur zich neer had moeten leggen bij de uitspraak van de Afdeling van 3 februari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:253. Voorts betoogt [appellant] dat het verstrekken van de indicatie van zijn huishoudkomen in strijd is met artikel 8 van het EVRM. Hij voert hierover aan dat de inkomensgegevens elk jaar opnieuw kunnen worden verstrekt, dat ze aan een private instantie worden verstrekt en dat het beoogde doel - het tegengaan van scheefwonen - niet wordt bereikt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0cba8a123cfb6d60dbfddfc009f30df66c547957c85d2c2d1b71d37e8d2f645d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0cba8a123cfb6d60dbfddfc009f30df66c547957c85d2c2d1b71d37e8d2f645d, en de alinea staat in dat document op bytes 9204 tot 10328.