Citaat | Raad van State 3 oktober 2018

Alinea 44 Raad van State 3 oktober 2018

Een alinea uit Raad van State 3 oktober 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3220.

8. [appellant] voert aan dat de rechtbank heeft miskend dat hij de woning niet heeft onttrokken aan de bestemming wonen in de zin van artikel 21, aanhef en onder a, van de Huisvestingswet 2014. Volgens [appellant] voldoet hij aan de in artikel 3.1.2, derde lid, van de Huisvestingsverordening neergelegde vereisten voor vrijstelling van de vergunningplicht in verband met het gebruik van de woning als tweede woning. De rechtbank heeft ten onrechte een aantal voorwaarden aan die vereisten toegevoegd door te oordelen dat de woning niet als tweede woning is te kwalificeren, vanwege de incidentele vakantieverhuur. Met de ontvangst van gasten die gedurende een zekere tijd in de woning verblijven, wordt geen afbreuk gedaan aan het gebruik van die woning als verblijf voor de eigenaar. Verder is niet duidelijk waarop de bevoegdheid van de gemeente om nadere regels te stellen voor het gebruik van een tweede woning is gebaseerd. Ieder verband met de Huisvestingswet is daarbij losgelaten, aldus [appellant]. Het onderscheid dat tussen een zelf bewoonde eigen woning en een tweede woning wordt gemaakt, wat betreft incidentele vakantieverhuur, is bovendien onrechtmatig. Met dat onderscheid is geen enkel rechtmatig belang gemoeid en het kan niet dienen om de verdeling van woonruimte en de samenstelling van de woonruimtevoorraad te reguleren, aldus [appellant].

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d8bfa04189d7e506fb7407c6cd6e3c1e1403dc2ad5153ee1e77fc0de5250c84e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d8bfa04189d7e506fb7407c6cd6e3c1e1403dc2ad5153ee1e77fc0de5250c84e, en de alinea staat in dat document op bytes 17431 tot 18813.