Citaat | Raad van State 10 oktober 2018
Alinea 36 Raad van State 10 oktober 2018
Een alinea uit Raad van State 10 oktober 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3296.
6.3. Toepassing van artikel 1.6, derde lid, van de Wkkp leidt tot een onderscheid tussen enerzijds een aanvrager zonder partner en een aanvrager van kinderopvang wiens partner in Nederland, een andere lidstaat of Zwitserland woont en anderzijds een aanvrager met een partner die daarbuiten woont. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (bijvoorbeeld in de uitspraak van 22 oktober 2014, ECLI:NL:RVS:2014:3788) verbieden artikel 26 van het IVBPR en artikel 14 van het EVRM niet iedere ongelijke behandeling van gelijke gevallen, maar slechts die behandeling die als een ongerechtvaardigd onderscheid moet worden beschouwd. Zoals volgt uit vaste rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (hierna: het EHRM), dient een ongerechtvaardigd onderscheid te worden aangenomen, indien voor het gemaakte onderscheid geen redelijke en objectieve rechtvaardiging bestaat. Dit doet zich voor indien dat onderscheid geen legitiem doel dient of er geen redelijke, proportionele verhouding is tussen de gebruikte middelen en het doel dat daarmee wordt beoogd. Zie in dit verband het arrest van het EHRM van 22 maart 2012, Konstantin Markin tegen Rusland, ECLI:CE:ECHR:2012:0322JUD003007806, inzake artikel 14 van het EVRM, welke norm voor zover hier relevant vergelijkbaar is met artikel 26 van het IVBPR.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e9ac4bdc91593acee28ce28baa8f55f9038c492c504f90259f73489fd71506ae. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e9ac4bdc91593acee28ce28baa8f55f9038c492c504f90259f73489fd71506ae, en de alinea staat in dat document op bytes 12951 tot 14279.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e9ac4bdc91593acee28ce28baa8f55f9038c492c504f90259f73489fd71506ae | shasum -a 256