Citaat | Raad van State 10 oktober 2018
Alinea 41 Raad van State 10 oktober 2018
Een alinea uit Raad van State 10 oktober 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3296.
6.5. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 25 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2491), kan artikel 8 van het EVRM onder omstandigheden positieve verplichtingen meebrengen, die noodzakelijk zijn voor een effectieve waarborg van het recht op privéleven en familie- en gezinsleven. Het EHRM heeft verscheidene malen geoordeeld dat artikel 8 van het EVRM ook relevant kan zijn in zaken die betrekking hebben op de besteding van publieke middelen. Hierbij is van belang dat volgens vaste jurisprudentie van het EHRM in een dergelijk geval aan de Staat een extra ruime "margin of appreciation" toekomt. In de beslissing van 3 mei 2001, in de zaak van Domenech Pardo tegen Spanje, ECLI:CE:ECHR:2001:0503DEC005599600, heeft het EHRM overwogen dat niet kan worden uitgesloten dat de weigering om een sociale uitkering toe te kennen in bepaalde gevallen in strijd kan zijn met artikel 8 van het EVRM, bijvoorbeeld indien een dergelijke weigering de normale ontwikkeling van het privéleven en familie- en gezinsleven van de minderjarige effectief onmogelijk zou maken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e9ac4bdc91593acee28ce28baa8f55f9038c492c504f90259f73489fd71506ae. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e9ac4bdc91593acee28ce28baa8f55f9038c492c504f90259f73489fd71506ae, en de alinea staat in dat document op bytes 16676 tot 17766.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e9ac4bdc91593acee28ce28baa8f55f9038c492c504f90259f73489fd71506ae | shasum -a 256