Citaat | Raad van State 10 oktober 2018
Alinea 44 Raad van State 10 oktober 2018
Een alinea uit Raad van State 10 oktober 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3296.
6.7. Evenmin bestaat grond voor het oordeel dat artikel 26 van de Awir buiten toepassing moet worden gelaten wegens strijd met voornoemde internationaalrechtelijke bepalingen. In artikel 26 van de Awir is dwingendrechtelijk bepaald dat indien een herziening van een voorschot leidt tot een terug te vorderen bedrag de belanghebbende het bedrag van de terugvordering in zijn geheel is verschuldigd. In de Awir is geen bepaling opgenomen op grond waarvan de Belastingdienst/Toeslagen van terugvordering kan afzien dan wel de terugvordering kan matigen. Bij toepassing van deze bepaling wordt, anders dan [appellante] stelt, geen onderscheid gemaakt naar woonplaats van de partner. Daarom is geen sprake van strijd met artikel 26 van het IVBPR. Voor zover [appellante] betoogt dat terugvordering van het bedrag aan teveel betaald voorschotten strijdig is met artikel 8 van het EVRM, overweegt de Afdeling dat, daargelaten of de terugvordering een inmenging in het privé- en gezinsleven van [appellante] vormt, de terugvordering noodzakelijk kan worden geacht in het belang van het economisch welzijn van het land. De rechtbank heeft terecht overwogen dat [appellante] de Belastingdienst/Toeslagen kan verzoeken een betalingsregeling te treffen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e9ac4bdc91593acee28ce28baa8f55f9038c492c504f90259f73489fd71506ae. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e9ac4bdc91593acee28ce28baa8f55f9038c492c504f90259f73489fd71506ae, en de alinea staat in dat document op bytes 18573 tot 19834.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e9ac4bdc91593acee28ce28baa8f55f9038c492c504f90259f73489fd71506ae | shasum -a 256