Citaat | Raad van State 31 oktober 2018
Alinea 33 Raad van State 31 oktober 2018
Een alinea uit Raad van State 31 oktober 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3558.
6.1. Ingevolge artikel 8:75, eerste lid, derde volzin, van de Awb kan een natuurlijke persoon slechts in de proceskosten worden veroordeeld in geval van kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen in haar uitspraak van 26 april 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1102, is het aanwenden van rechtsmiddelen tegen een besluit waarin een bestuursorgaan zich op het standpunt stelt dat betrokkene misbruik maakt van recht, in beginsel niet kennelijk onredelijk. Dat is mogelijk anders indien de bestuursrechter op grond van dezelfde of vergelijkbare feiten en omstandigheden reeds eerder heeft aangenomen dat betrokkene misbruik van recht heeft gemaakt. Nu de Afdeling in de uitspraak van 6 december 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3310, op grond van vergelijkbare feiten en omstandigheden heeft aangenomen dat [appellant] misbruik van recht maakt, behelst het instellen van hoger beroep door [appellant] tegen het oordeel van de rechtbank dat hij misbruik van recht maakt kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dbf50752079bf1d20e1c73fcaa3a95fff7cf32ed0efe808f8c82082b1047af6f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dbf50752079bf1d20e1c73fcaa3a95fff7cf32ed0efe808f8c82082b1047af6f, en de alinea staat in dat document op bytes 18680 tot 19734.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dbf50752079bf1d20e1c73fcaa3a95fff7cf32ed0efe808f8c82082b1047af6f | shasum -a 256