Citaat | Raad van State 7 november 2018

Alinea 71 Raad van State 7 november 2018

Een alinea uit Raad van State 7 november 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3609.

8. Subsidiair stelt [appellante sub 1] dat artikel 3, lid 3.3.2, aanhef en onder g, van de planregels ten onrechte niet voorziet in de mogelijkheid om de aanwezigheid van het door of namens het college uit te geven stalderingsbewijs als "voorwaardelijke verplichting" in de omgevingsvergunning voor bouwen op te nemen, ertoe strekkende dat het stalderingsbewijs er pas hoeft te zijn op het moment dat er daadwerkelijk gebouwd wordt. Artikel 26.1, tweede en derde lid, van de Verordening bieden daarvoor de mogelijkheid, omdat het stalderingsbewijs daarin is gekoppeld aan de oprichting of ingebruikname van een dierenverblijf. Deze bepaling prevaleert volgens [appellante sub 1] boven artikel 3, lid 3.3.2, aanhef en onder g, van de planregels, waarin het stalderingsbewijs is gekoppeld aan de vergunningverlening voor vergroting van een dierenverblijf. Ook het evenredigheidsbeginsel noopt tot de mogelijkheid om de aanwezigheid van het stalderingsbewijs als "voorwaardelijke verplichting" in de omgevingsvergunning voor bouwen op te nemen. [appellante sub 1] verwacht dat er geen financiering kan worden verkregen voor sloop of herbestemming van bebouwing elders voorafgaand aan de beslissing op vergunningaanvragen. De nu in de planregels opgenomen stalderingseis belemmert daardoor volgens haar in feite iedere ontwikkeling.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/93f8eeaf7bce214923acc75d04a3c97e6917e6bb68c3bba746c4cb33d0a152ec. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 93f8eeaf7bce214923acc75d04a3c97e6917e6bb68c3bba746c4cb33d0a152ec, en de alinea staat in dat document op bytes 26412 tot 27759.