Citaat | Raad van State 7 november 2018

Alinea 79 Raad van State 7 november 2018

Een alinea uit Raad van State 7 november 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3609.

8.2. Niet in geschil is dat artikel 3, lid 3.3.2, aanhef en onder g, van de planregels niet in strijd is met artikel 26.1 van de Verordening. Ofschoon artikel 26.1 van de Verordening, gezien de woorden "oprichten" en "in gebruik nemen", daartoe aanleiding zou kunnen geven, brengt een redelijke uitleg met zich dat deze bepaling geen ruimte biedt om de aanwezigheid van het stalderingsbewijs als "voorwaardelijke verplichting" in de omgevingsvergunning voor bouwen op te nemen in de door [appellante sub 1] bedoelde zin. Daarbij neemt de Afdeling in aanmerking dat ingevolge die bepaling het oprichten of het in gebruik nemen van een gebouw als dierenverblijf alleen is toegestaan als het stalderingsbewijs reeds is overgelegd en dit toestaan moet worden geacht te bestaan uit de vergunningverlening. De uitleg dat voor de vergunningverlening aan de stalderingseis moet zijn voldaan strookt ook met de door het college op 24 oktober 2017 vastgestelde Beleidsregel staldering Noord-Brabant, waarin de werkwijze met betrekking tot het bij staldering uit te geven stalderingsbewijs is vastgelegd. De raad heeft gelet hierop terecht geen aanleiding gezien om in de planregels te voorzien in de mogelijkheid om de aanwezigheid van het stalderingsbewijs als voorwaarde in de omgevingsvergunning voor bouwen op te nemen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/93f8eeaf7bce214923acc75d04a3c97e6917e6bb68c3bba746c4cb33d0a152ec. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 93f8eeaf7bce214923acc75d04a3c97e6917e6bb68c3bba746c4cb33d0a152ec, en de alinea staat in dat document op bytes 29428 tot 30760.