Citaat | Raad van State 7 november 2018

Alinea 151 Raad van State 7 november 2018

Een alinea uit Raad van State 7 november 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3623.

[appellante] en anderen vrezen vooral overlast van de weg als deze anders wordt uitgevoerd dan in de plantoelichting is weergegeven. Zij doelen op de mogelijkheid dat de weg zo wordt uitgevoerd dat deze niet op de beoogde plaats afbuigt in noordoostelijke richting, maar verder doorloopt parallel aan de dijk. Naar het oordeel van de Afdeling heeft de raad zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat noch bij de beoogde ligging, noch bij een andere uitvoering van de weg sprake zal zijn van onaanvaardbare geluidhinder bij de percelen van [appellante] en anderen. De Afdeling neemt daarbij in aanmerking dat het aantal verkeersbewegingen gelet op de aard van de toegestane bedrijvigheid beperkt zal zijn. Daarnaast zijn de afschermende werking van de dijk en de afstand tot de percelen van [appellante] en anderen van belang. Gelet hierop ziet de Afdeling geen grond voor het oordeel dat de raad in het belang van een goede ruimtelijke ordening in het plan had moeten vastleggen dat de weg alleen mag worden aangelegd op de plaats die in de plantoelichting is weergegeven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1aa4b3fddcea370ecaecf3c563796e7c90d783b019a07c53c36a20e6cf31c4ae. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1aa4b3fddcea370ecaecf3c563796e7c90d783b019a07c53c36a20e6cf31c4ae, en de alinea staat in dat document op bytes 64223 tot 65329.