Citaat | Raad van State 21 november 2018

Alinea 53 Raad van State 21 november 2018

Een alinea uit Raad van State 21 november 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3735.

5.7. Gezien de aard van de vervolgingsgronden in het Vluchtelingenverdrag en de richtlijn is de Afdeling van oordeel dat op dezelfde manier moet worden geoordeeld over het beroep op bescherming op grond van een politieke overtuiging. Deze vervolgingsgrond en de godsdienstige overtuiging gaan derhalve allebei over kenmerken die zo fundamenteel zijn voor de identiteit of morele integriteit van een vreemdeling, dat niet mag worden gevraagd dat zij dit opgeeft. In dit verband verwijst de Afdeling, naast het arrest Y en Z, ook naar de tekst van artikel 10, eerste lid, aanhef en onder d, van de richtlijn, waarin in de vereisten voor het aannemen van een specifieke sociale groep het belang van de identiteit en morele integriteit besloten ligt. Voor het slagen van een beroep op de vervolgingsgrond politieke overtuiging is dus vereist dat het verwesterde gedrag op een politieke overtuiging is gebaseerd en bijzonder belangrijk is voor de betrokkene om haar identiteit of morele integriteit te behouden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d84ea1793e469cea3f540057ae969a1603ef6d24eda6dbc74adfe8ae0542d029. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d84ea1793e469cea3f540057ae969a1603ef6d24eda6dbc74adfe8ae0542d029, en de alinea staat in dat document op bytes 22100 tot 23125.