Citaat | Raad van State 21 november 2018

Alinea 55 Raad van State 21 november 2018

Een alinea uit Raad van State 21 november 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3735.

5.9. Een vreemdeling zal die uitzondering tegenover de staatssecretaris aannemelijk moeten maken. Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling is het immers in de eerste plaats aan een vreemdeling om de door haar aan haar aanvraag ten grondslag gelegde feiten en omstandigheden in haar asielrelaas tegenover de staatssecretaris aannemelijk te maken (zie onder meer het arrest van het Hof van Justitie van 9 februari 2017, M. tegen Ierland, ECLI:EU:C:2017:101, punt 36-37 en de uitspraak van de Afdeling van 9 april 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1201, onder 1.6). Een vreemdeling moet dus aannemelijk maken dat zij een godsdienstige overtuiging heeft, waarvan haar westerse gedragingen een uiting zijn. Zij wordt ook door het vluchtelingenrecht beschermd als zij aannemelijk maakt dat zij een innerlijke politieke overtuiging heeft ontwikkeld waaraan zij in Nederland uiting geeft en ook bij terugkeer naar haar land van herkomst zal willen blijven geven en waarvan zij alleen door zichzelf geweld aan te doen zou kunnen afzien. Het beleid van de staatssecretaris in paragraaf C2/3 van de Vc 2000 over situaties waarin hij aanneemt dat een vreemdeling een politieke overtuiging heeft, is, anders dan de vreemdeling heeft betoogd, hiermee in overeenstemming.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d84ea1793e469cea3f540057ae969a1603ef6d24eda6dbc74adfe8ae0542d029. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d84ea1793e469cea3f540057ae969a1603ef6d24eda6dbc74adfe8ae0542d029, en de alinea staat in dat document op bytes 23826 tot 25091.