Citaat | Raad van State 21 november 2018

Alinea 88 Raad van State 21 november 2018

Een alinea uit Raad van State 21 november 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3735.

9.1. Uit het verslag van het gehoor van 19 november 2015 blijkt dat de vreemdeling op de vraag waarom zij van mening is dat zij in Nederland verwesterd is heeft geantwoord dat zij in Afghanistan niets zelf kon doen en dat zij altijd afhankelijk was van haar vader en broer. Ook heeft zij verklaard dat zij al wat ouder was toen zij naar Nederland kwam, dat zij nog wel haar moedertaal spreekt, maar dat zij hier in Nederland liever contact heeft met Nederlandse mensen, liever Nederlandse boeken leest, graag naar Nederlandse televisieprogramma's kijkt en dat zij zo de taal het beste kan leren. Op de vraag of zij problemen verwacht in het geval van terugkeer heeft zij geantwoord dat alle mensen in Afghanistan moslim moeten zijn, dat vrouwen zich altijd goed moeten bedekken, dat ze daar niet in het openbaar kunnen leven zoals zij dat hier doet en dat zij problemen zal krijgen met de Taliban en de mensen in Afghanistan als zij horen wat haar mening is over het geloof en vrouwen. Hierna is gevraagd of het een optie zou zijn om terughoudend te leven in Afghanistan. Hierop heeft de vreemdeling geantwoord dat het voor haar moeilijk zal zijn om te vergeten hoe zij in Nederland de afgelopen vier jaar heeft geleefd en dat van haar niet kan worden gevraagd om alles wat zij in Nederland heeft geleerd weer te vergeten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d84ea1793e469cea3f540057ae969a1603ef6d24eda6dbc74adfe8ae0542d029. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d84ea1793e469cea3f540057ae969a1603ef6d24eda6dbc74adfe8ae0542d029, en de alinea staat in dat document op bytes 45370 tot 46711.