Citaat | Raad van State 21 november 2018

Alinea 24 Raad van State 21 november 2018

Een alinea uit Raad van State 21 november 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3736.

1.2. Zoals de rechtbank terecht heeft overwogen, heeft de staatssecretaris de gestelde afvalligheid niet ten onrechte ongeloofwaardig geacht. Hij heeft zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat de vreemdeling met de verklaringen dat zij zich geen moslim meer voelt sinds zij in Nederland is, dat zij afstand heeft gedaan van de islam, omdat zij daarin geen interesse meer had en zich altijd buitengesloten voelde en dat moslims haat zaaien, haar afvalligheid niet inzichtelijk heeft gemaakt (vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 5 juni 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1911, onder 6-6.3). Hoewel zij reeds op veertienjarige leeftijd naar Nederland is gekomen, heeft de staatssecretaris daarover minder summiere en minder algemene verklaringen van haar mogen verwachten. Aan de verklaring van de vreemdeling dat zij nooit bewust en overtuigd moslim was heeft de staatssecretaris niet ten onrechte geen waarde gehecht, mede gelet op de verklaring van de vreemdeling tijdens haar vorige asielprocedure dat zij praktiserend moslim is. Omdat de staatssecretaris de gestelde afvalligheid niet ten onrechte ongeloofwaardig heeft gedacht, heeft hij zich terecht op het standpunt gesteld dat de vreemdeling niet aannemelijk heeft gemaakt dat haar westerse gedragingen een uitingsvorm zijn van die afvalligheid.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7af0cd4fc1dabc3fe9b4ca14be7e433a0ece766d4bbac5fc574ef42186d9079b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7af0cd4fc1dabc3fe9b4ca14be7e433a0ece766d4bbac5fc574ef42186d9079b, en de alinea staat in dat document op bytes 7265 tot 8591.