Citaat | Raad van State 28 november 2018

Alinea 35 Raad van State 28 november 2018

Een alinea uit Raad van State 28 november 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3762.

5.1.1. Op grond van artikel 5:51 van de Awb beslist het bestuursorgaan binnen dertien weken na het opstellen van het boeterapport over het opleggen van de bestuurlijke boete. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (vgl. de uitspraak van 29 augustus 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2831) is de in artikel 5:51 van de Awb opgenomen dertienwekentermijn een termijn van orde, zodat aan de overschrijding daarvan geen consequenties zijn verbonden. De rechtbank heeft daarom terecht overwogen dat met het verstrijken van de dertienwekentermijn de bevoegdheid tot het opleggen van de boete niet vervalt. In de enkele omstandigheid dat de minister de twee boeterapporten tegelijkertijd heeft verzonden naar [appellant], maar vier maanden heeft gewacht met de oplegging van de boete op grond van de Wml, heeft de rechtbank terecht geen aanleiding gezien het beroep op het vertrouwensbeginsel te honoreren. Dat [appellant] als gevolg van deze handelwijze twee keer kosten heeft moeten maken voor het aanwenden van rechtsmiddelen tegen de opgelegde boetes, leidt evenmin tot het oordeel dat de staatssecretaris niet meer bevoegd zou zijn een boete op te leggen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4eb0b3bb35cca707b4e58b410e40175a07c373df7857b391e30682592e4d45e9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4eb0b3bb35cca707b4e58b410e40175a07c373df7857b391e30682592e4d45e9, en de alinea staat in dat document op bytes 12368 tot 13530.