Citaat | Raad van State 21 november 2018

Alinea 73 Raad van State 21 november 2018

Een alinea uit Raad van State 21 november 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3790.

7.7. In de Verordening Ruimte 2014 is geen definitie opgenomen van "geurgevoelig object". De Afdeling ziet geen grond voor het oordeel dat het college voor de uitleg van dit begrip niet heeft kunnen aansluiten bij de systematiek van de Wgv. De tekst van artikel 34 noch de toelichting bij de Verordening Ruimte 2014 verbieden de door het college gemaakte keuze niet. Dat deze keuze betekent dat dergelijke woningen op grond van de Verordening Ruimte 2014 geen bescherming genieten tegen cumulatieve geurhinder betekent, anders dan de rechtbank heeft overwogen, niet dat het college om die reden de door hem gemaakte keuze niet heeft mogen maken. Zoals het college terecht betoogt, betekent zijn keuze immers niet dat bedrijfswoningen van veehouderijen en voormalige bedrijfswoningen in het geheel niet worden beschermd tegen cumulatieve hinder. De Afdeling acht hierbij van belang dat, zoals het college aanvoert, de raad van de gemeente bij de vaststelling van een bestemmingsplan met dat aspect uit oogpunt van een goede ruimtelijke ordening rekening dient te houden. De Afdeling betrekt hierbij nog dat bij de actualisatie van de Verordening in juli 2017 de toelichting is aangevuld met de passage dat de regeling beleidsvrijheid biedt aan het gemeentebestuur om zelf te bepalen hoe zij invulling geeft aan de juridische uitvoeringsaspecten van de regels, zoals de keuzes voor geurgevoelige objecten. De Afdeling verwijst tevens naar de door het college overgelegde brief van het college van gedeputeerde staten van 8 oktober 2018, waarin is vermeld dat er, om te voorkomen dat er onduidelijkheid zou ontstaan, in de Verordening geen eigen definities zijn opgenomen. Toen bleek dat die onduidelijkheid toch dreigde te ontstaan, is in de toelichting verduidelijkt dat voor de toepassing van de norm wordt aangesloten bij de systematiek uit de Wgv, aldus de brief. In de brief is verder vermeld dat de provincie niet wil treden in de wijze waarop gemeenten het eigen geurbeleid vormgeven, anders dan dat bij de toedeling van functies in het bestemmingsplan gebruik wordt gemaakt van de cumulatieve geurnorm uit de Verordening.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cfd6b760516a8c8d01785f9e138e3b4b0f8a226dfb171ccdf9bfd25e27e439b7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cfd6b760516a8c8d01785f9e138e3b4b0f8a226dfb171ccdf9bfd25e27e439b7, en de alinea staat in dat document op bytes 26750 tot 28896.