Citaat | Raad van State 28 november 2018
Alinea 41 Raad van State 28 november 2018
Een alinea uit Raad van State 28 november 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3897.
5.1. Uit artikel 26 van de Awir volgt dat indien een herziening van een voorschot leidt tot een terug te vorderen bedrag, de belanghebbende het bedrag van de terugvordering in zijn geheel is verschuldigd. Zoals de Afdeling eerder ook meermaals heeft overwogen, onder meer in de uitspraak van 18 juli 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:2406), is de Belastingdienst/Toeslagen niet bevoegd van terugvordering af te zien, indien, zoals in dit geval, de definitieve berekening en vaststelling van kinderopvangtoeslag leidt tot een terug te vorderen bedrag. Dit laat onverlet dat [wederpartij] de dienst in het invorderingstraject kan verzoeken om een standaardbetalingsregeling van 24 termijnen dan wel een persoonlijke betalingsregeling, afgestemd op zijn betalingscapaciteit. [wederpartij] kan de dienst zo nodig ook vragen om rekening te houden met de voor hem geldende beslagvrije voet. Op deze wijze kan de dienst rekening houden met de financiële omstandigheden van [wederpartij].
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cfa449d26022aa80f075fff5defa6fb74ea56b957c04fcc5b89580d0d9131786. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cfa449d26022aa80f075fff5defa6fb74ea56b957c04fcc5b89580d0d9131786, en de alinea staat in dat document op bytes 14339 tot 15328.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cfa449d26022aa80f075fff5defa6fb74ea56b957c04fcc5b89580d0d9131786 | shasum -a 256