Citaat | Raad van State 12 december 2018
Alinea 31 Raad van State 12 december 2018
Een alinea uit Raad van State 12 december 2018, ECLI:NL:RVS:2018:4037.
5.1. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen in de uitspraak van 5 april 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:930), volgt uit de aanhef van artikel 5a van de Uitvoeringsregeling, met name de woorden "is gebleken", dat de Belastingdienst/Toeslagen pas tot herziening overgaat, indien op grond van feiten en omstandigheden is komen vast te staan dat de toeslag te laag is vastgesteld. Van de Belastingdienst/Toeslagen kan niet worden gevergd dat deze, zonder dat er aanwijzingen zijn dat zich zodanige feiten en omstandigheden hebben voorgedaan, een beslissing tot vaststelling of herziening van een aanspraak, opnieuw beoordeelt. Een belanghebbende die vraagt om toepassing van artikel 21a van de Awir dient zelf die feiten en omstandigheden te noemen. Uit artikel 2, eerste lid, aanhef en onder e, onderdeel 2 van de Awir volgt dat onderhuur als bedoeld in die bepaling slechts wordt aangenomen, indien de overeenkomst, voorafgaand aan de periode van belang, niet alleen is gesloten, maar tevens in een gedateerde en ondertekende akte schriftelijk is vastgelegd. Slechts in dat geval wordt een persoon die op hetzelfde adres is ingeschreven in de basisregistratie personen niet als medebewoner aangemerkt. Gelet op deze dwingendrechtelijke bepaling kunnen verklaringen van de onderhuurders en de verhuurder niet worden aangemerkt als nieuw bewijs. Anders dan [appellant] beoogt te betogen, kunnen de door hem overgelegde verklaringen van de als medebewoner aangemerkte personen en de verhuurder niet als schriftelijke onderhuurovereenkomst in de zin van artikel 2, eerste lid, aanhef en onder e, onderdeel 2, van de Awir worden aangemerkt. Het bewijs dat sprake is van onderhuur kan niet op een andere wijze dan door middel van een schriftelijke overeenkomst tot onderhuur worden geleverd. Nu [appellant] geen schriftelijke onderhuurovereenkomsten heeft overgelegd, heeft de rechtbank terecht geoordeeld dat de Belastingdienst het verzoek om herziening van [appellant] terecht heeft afgewezen, nog daargelaten of het herzieningsverzoek voor zover het 2010 betreft gelet op artikel 5a van de Uitvoeringsregeling tijdig is gedaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fe4bbea7f241f0d83588842b59d69df47c7d46eef924c65c6ed52185bbfd33eb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fe4bbea7f241f0d83588842b59d69df47c7d46eef924c65c6ed52185bbfd33eb, en de alinea staat in dat document op bytes 11150 tot 13284.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fe4bbea7f241f0d83588842b59d69df47c7d46eef924c65c6ed52185bbfd33eb | shasum -a 256