Citaat | Raad van State 19 december 2018

Alinea 86 Raad van State 19 december 2018

Een alinea uit Raad van State 19 december 2018, ECLI:NL:RVS:2018:4180.

Wat betreft de andere door de raad genoemde woningen, die in eigendom zijn van een grondeigenaar en/of initiatiefnemer, acht de Afdeling op grond van de verstrekte gegevens evenmin aannemelijk dat die bindingen er zijn. Hierbij tekent de Afdeling aan dat niet alle grondeigenaren en initiatiefnemers bewoners zijn van die woningen dan wel niet ter plaatse gevestigd en dat niet duidelijk is gemaakt welke relatie er is tussen de daadwerkelijke bewoners van deze woningen en het windpark. In zoverre doet zich dan ook een andere situatie voor dan in bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 13 december 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3405, over het windpark Kabeljauwbeek, de uitspraak van de Afdeling van 17 januari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:141, over het windpark Spui, de uitspraak van 21 februari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:616, over het windpark De Drentse Monden en Oostermoer, en de door raad genoemde uitspraak van de Afdeling van 14 november 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BY3038, over het plaatsen van vier windturbines in de gemeente Buren. De omstandigheid dat, zoals Koepel Windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding ter zitting naar voren heeft gebracht, is verzekerd dat de in de overeenkomsten opgenomen toezichtstaak ook geldt voor de daadwerkelijke bewoners van de woningen, doet dus niet af aan de conclusie dat niet is gebleken van reële en voldoende bindingen tussen die woningen en het windpark. Daarnaast speelt ook hier de verhouding tussen het aantal windturbines en het aantal bedrijfswoningen. De stelling van Koepel Windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding dat het vanwege de hoogte van de windturbines en de omstandigheid dat deze verspreid en op grote afstand van elkaar in het plangebied zullen worden opgericht nodig is dat vanuit ten minste 17 woningen toezicht wordt uitgeoefend op de 16 windturbines, is naar het oordeel van de Afdeling niet toereikend voor de conclusie dat er reële en voldoende bindingen zijn. Tegen de achtergrond van deze door Koepel Windpark Delfzijl Zuid gestelde lokale omstandigheden acht de Afdeling niet onaannemelijk dat vanuit meerdere woningen op meerdere afzonderlijke windturbines tegelijk toezicht kan worden uitgeoefend, zoals ook door Oldambt Windmolenvrij en anderen is aangevoerd. Gelet op het voorgaande is ook ten aanzien van de woningen die in eigendom zijn van een initiatiefnemer en/of een grondeigenaar niet komen vast te staan dat sprake is van zodanige technische, organisatorische of functionele bindingen met het windpark dat deze tot de inrichting die het windpark vormt kunnen worden gerekend.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ec910502324eafde4335aecaff3c1db61eea6d07b4f81793817cacfa22b027ce. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ec910502324eafde4335aecaff3c1db61eea6d07b4f81793817cacfa22b027ce, en de alinea staat in dat document op bytes 35749 tot 38315.