Citaat | Raad van State 27 december 2018
Alinea 24 Raad van State 27 december 2018
Een alinea uit Raad van State 27 december 2018, ECLI:NL:RVS:2018:4264.
4.1. De rechtbank heeft onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling van 16 juli 2008, ECLI:NL:RVS:BD7360, terecht overwogen dat, gelet op de strekking van artikel 7:11, tweede lid, van de Awb en omwille van een doelmatige besluitvorming op een aanvraag binnen een redelijke termijn, een inhoudelijk besluit na herroeping van een primair besluit waarbij de aanvraag buiten behandeling was gesteld, deel uitmaakt van het besluit op bezwaar. Zoals de Afdeling onder meer in haar voormelde uitspraak van 28 november 2012 heeft overwogen, geldt bij een heroverweging in bezwaar als bedoeld in artikel 7:11 van de Awb, als hoofdregel dat rekening moet worden gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden zoals die zich ten tijde van de heroverweging voordoen en dat het recht moet worden toegepast zoals dat ten tijde van de heroverweging geldt. In bijzondere gevallen kan van deze hoofdregel worden afgeweken. Een zodanig bijzonder geval doet zich hier niet voor. Anders dan in de uitspraak van de Afdeling van 12 december 2018, ECLI:NL:RVS:2018:4045, doet zich hier niet het geval voor dat de burgemeester, na vernietiging van het besluit door de bestuursrechter, een nieuw beluit moet nemen met inachtneming van hetgeen in de uitspraak is overwogen. De burgemeester heeft bij het nemen van het besluit van 11 januari 2017 ingevolge artikel 3:13, eerste lid, aanhef en onder b, van de Apv moeten beoordelen of de door [appellant] beoogde exploitatie van het pand in strijd is met het geldende bestemmingsplan. Ten tijde van het besluit van 11 januari 2017 deed die strijdigheid zich voor, gelet op artikel 2, onderdelen 2.2.2 en 2.2.3, van het Parapluplan. Het buiten beschouwing laten van die bepaling zou er toen niet toe hebben geleid dat die exploitatie niet in strijd met het geldende bestemmingsplan zou zijn geweest, omdat die exploitatie alleen als een ingevolge artikel 3, onderdeel 3.1.1, van het Parapluplan gelegitimeerde voortzetting van gebruik kan worden aangemerkt, indien die is aangevangen voordat het Parapluplan van kracht is geworden en daarna is voortgezet. In dit geval is daarvan echter geen sprake, omdat het pand nimmer als seksinrichting in gebruik is geweest. Verlening van de gevraagde exploitatievergunning zou die strijdigheid bovendien niet hebben kunnen opheffen, omdat die vergunning geen omgevingsvergunning is als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wabo. Gelet hierop kan [appellant] niet worden gevolgd in zijn betoog dat de rechtszekerheid met zich brengt dat de burgemeester bij de heroverweging de aanvraag had moeten beoordelen aan de hand het Bestemmingsplan zoals dat gold ten tijde van de aanvraag of de buitenbehandelingstelling daarvan. In het kader van het beroep van [appellant] op de rechtszekerheid merkt de Afdeling bovendien nog op dat in deze zaak niet vaststaat dat de burgemeester geen andere weigeringsgrond dan die in artikel 3:13, eerste lid, aanhef en onder b, van de Apv aan de afwijzing van de aanvraag ten grondslag had kunnen leggen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6f8eca8560ecec15bf54e6da3eb6cd733f07653061317e1fedde779a54395300. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6f8eca8560ecec15bf54e6da3eb6cd733f07653061317e1fedde779a54395300, en de alinea staat in dat document op bytes 8859 tot 11912.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6f8eca8560ecec15bf54e6da3eb6cd733f07653061317e1fedde779a54395300 | shasum -a 256