Citaat | Raad van State 7 februari 2018
Alinea 45 Raad van State 7 februari 2018
Een alinea uit Raad van State 7 februari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:428.
8. [appellante] en [bedrijf B] voeren in hoger beroep, onderscheidenlijk beroep, aan dat zich in geen van de vier gevallen een overtreding van artikel 30, eerste lid, aanhef en onder a, van de Huisvestingswet heeft voorgedaan. Zij betwisten dat de adressen een woonbestemming zouden hebben, alsmede dat de woningen werden aangeboden op websites zoals www.booking.com. Zij voeren aan dat de bewijslast van de overtreding op het bestuursorgaan rust, maar dat het algemeen bestuur, noch het college, erin zijn geslaagd te bewijzen dat zich woningonttrekking heeft voorgedaan. Omdat het opleggen van een bestuurlijke boete als ‘criminal charge’ wordt aangemerkt, betogen zij dat uit artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EVRM) voortvloeit dat bij twijfel over de bewijzen aan de betrokkene het voordeel van de twijfel dient te worden gegeven.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9f6701ece357b118880ed2252bad68a87d9cfad7268739c78602bf626bf23077. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9f6701ece357b118880ed2252bad68a87d9cfad7268739c78602bf626bf23077, en de alinea staat in dat document op bytes 15229 tot 16168.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9f6701ece357b118880ed2252bad68a87d9cfad7268739c78602bf626bf23077 | shasum -a 256