Citaat | Raad van State 7 februari 2018

Alinea 52 Raad van State 7 februari 2018

Een alinea uit Raad van State 7 februari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:428.

[appellante] en [bedrijf B] voeren op zichzelf terecht aan dat gelet op de waarborgen die voortvloeien uit artikel 6, tweede lid, van het EVRM, als uitgangspunt geldt dat op het bestuursorgaan de bewijslast rust van een overtreding. In geval van twijfel dient aan de betrokkene het voordeel van de twijfel te worden gegund (zie onder meer de uitspraak van 17 september 2014, ECLI:NL:RVS:2014:3446). Nu gelet op het vorenstaande aannemelijk is gemaakt dat onttrekking van de woningen aan de woonruimtevoorraad heeft plaatsgevonden, bestaat naar het oordeel van de Afdeling geen twijfel over de vraag of een overtreding van artikel 30 van de Huisvestingswet heeft plaatsgevonden. Er is dan ook geen aanleiding om [appellante] of [bedrijf B] het voordeel van de twijfel te gunnen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9f6701ece357b118880ed2252bad68a87d9cfad7268739c78602bf626bf23077. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9f6701ece357b118880ed2252bad68a87d9cfad7268739c78602bf626bf23077, en de alinea staat in dat document op bytes 21779 tot 22576.