Citaat | Raad van State 14 februari 2018

Alinea 39 Raad van State 14 februari 2018

Een alinea uit Raad van State 14 februari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:518.

5.4. De Afdeling heeft kennis genomen van de verslagen van de besloten hoorzittingen van 20 augustus 2015 en van 9 september 2015, die tot de geheime stukken behoren. De Afdeling is mede gelet op deze stukken van oordeel dat [appellant] door de gang van zaken in zijn verdediging is geschaad. Voor [appellant] is onduidelijk gebleven wat de andere informatie is, die de minister aan de besluitvorming ten grondslag heeft gelegd. Zoals uit het advies van de bezwarencommissie van 13 november 2015 volgt, is de motivering van de weigering onvoldoende bevonden. Anders dan de minister ter zitting bij de Afdeling heeft gesteld, komt uit die stukken onvoldoende naar voren dat de bezwarencommissie tijdens de hoorzitting van de nadere informatie kennis heeft genomen. Dit oordeel wordt bovendien ondersteund door het feit dat de bezwarencommissie haar oordeel mede heeft gebaseerd op hetgeen is besproken tijdens de besloten hoorzittingen en tevens een derde besloten hoorzitting noodzakelijk heeft geacht om de nadere informatie te bespreken. Nu de bezwarencommissie onvoldoende kennis had van de nadere informatie en de minister hierover sindsdien onder verwijzing naar artikel 15 van de Wiv geen mededelingen heeft gedaan, heeft [appellant] geen begin van een motivering gekregen waarop de andere informatie als genoemd in het weigeringsbesluit zag. Eerst ter zitting bij de Afdeling heeft de minister nader toegelicht dat de passage in het weigeringsbesluit over de andere hem bekend geworden informatie, geen andere informatie over [appellant] zelf, los van zijn broer, betreft, maar dat die informatie óók betrekking heeft op de (on)afhankelijkheid en mogelijke beïnvloedbaarheid van [appellant] door zijn broer. De omstandigheid dat de rechtbank de aanvullende stukken heeft kunnen controleren, maakt niet dat het verdedigingsbeginsel niet is geschonden, zoals de minister betoogt. [appellant] is immers in eerste instantie de informatie zoals die ter zitting bij de Afdeling door de minister is gegeven, onthouden. Omdat hij op het verkeerde been is gezet over de andere informatie als tweede weigeringsgrond heeft hij zich onvoldoende effectief kunnen verweren tegen de weigering. De rechtbank heeft het vorenstaande niet onderkend.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0d68eebfaecd6c0672066d1dbff4bcfea5e1c3fb499991a099e2084d833e2661. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0d68eebfaecd6c0672066d1dbff4bcfea5e1c3fb499991a099e2084d833e2661, en de alinea staat in dat document op bytes 17574 tot 19833.