Citaat | Raad van State 14 februari 2018

Alinea 50 Raad van State 14 februari 2018

Een alinea uit Raad van State 14 februari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:518.

Artikel 6, tweede lid, aanhef en onder b, van de Wiv geeft de AIVD de bevoegdheid tot het uitvoeren van een veiligheidsonderzoek. In artikel 7, tweede lid, van de Wvo is bepaald welke gegevens de AIVD in het onderzoek betrekt. Hieronder vallen de persoonlijke gedragingen en omstandigheden van [appellant]. De Afdeling leidt uit de totstandkomingsgeschiedenis van artikel 7, tweede lid, van de Wvo (TK 1994-1995, 24 023, nr. 3, blz. 16) af dat de wetgever heeft onderkend dat de opsomming in dat artikellid noodzakelijkerwijs een enigszins open einde heeft. De variatie in feiten en omstandigheden die vanuit het oogpunt van de veiligheid of andere gewichtige belangen van de staat van belang kunnen zijn, maakt het volgens de wetgever onmogelijk een limitatieve en tevens sluitende opsomming te geven van de soort gegevens waarop het onderzoek betrekking kan hebben. Naar het oordeel van de Afdeling is artikel 7, tweede lid, aanhef en onder d, van de Wvo weliswaar algemeen geformuleerd, maar op grond van deze bepaling kan de betrokkene, ten aanzien waarvan een veiligheidsonderzoek is ingesteld, redelijkerwijs voorzien dat bepaalde persoonlijke gedragingen en omstandigheden ertoe kunnen leiden dat de vgb wordt geweigerd. In dit verband is van belang dat op de beoordeling of iemand in aanmerking komt voor een vertrouwensfunctie in de burgerluchtvaart tevens de "Leidraad persoonlijke gedragingen en omstandigheden" van toepassing is. Deze leidraad bevat een overzicht van de criteria waaraan iemands persoonlijke gedragingen en omstandigheden in een veiligheidsonderzoek worden getoetst, waaronder eventuele (ongewenste) beïnvloeding door familie. Aldus is voldaan aan het vereiste van een wettelijke grondslag voor de onderhavige inbreuk op het recht op respect voor het privéleven (vergelijk het arrest van het EHRM van 4 maart 2009, ECLI:CE:ECHR:2008:1204JUD002705805, Dogru tegen Frankrijk, §52). Zoals de Afdeling voorts heeft overwogen (uitspraak van 22 februari 2017, ECLI:NL:RVS:2017:478), kan deze in een democratische samenleving noodzakelijk worden geacht in het belang van de nationale veiligheid. Gelet op het voorgaande ziet de Afdeling geen grond voor het oordeel dat de minister in dit geval in strijd heeft gehandeld met artikel 8, eerste lid, van het EVRM.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0d68eebfaecd6c0672066d1dbff4bcfea5e1c3fb499991a099e2084d833e2661. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0d68eebfaecd6c0672066d1dbff4bcfea5e1c3fb499991a099e2084d833e2661, en de alinea staat in dat document op bytes 25638 tot 27943.