Citaat | Raad van State 10 januari 2018

Alinea 34 Raad van State 10 januari 2018

Een alinea uit Raad van State 10 januari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:56.

4.2. De rechtbank heeft voorts terecht geoordeeld dat op de Belastingdienst/Toeslagen geen onderzoeksplicht vooraf rust. Uit artikel 16, vierde (thans: vijfde) lid, van de Awir volgt dat de Belastingdienst/Toeslagen de hoogte van het voorschot mag herzien, zolang hij de tegemoetkoming nog niet heeft toegekend. Uit de geschiedenis van de totstandkoming van deze bepaling (Kamerstukken II, 2004/05, 29 764, nr. 3, blz. 49) volgt dat van deze mogelijkheid gebruik kan worden gemaakt in situaties waarin na de verlening van het voorschot blijkt, bijvoorbeeld uit door de belanghebbende verstrekte gegevens, dat dit tot een hoger of lager bedrag is toegekend dan het bedrag waarop de tegemoetkoming vermoedelijk zal worden vastgesteld. Nu uit artikel 26 van de Awir voortvloeit dat ook de tegemoetkoming op een lager bedrag kan worden vastgesteld dan het bedrag van het voorschot, geldt het voorgaande ook in een geval als het onderhavige, waarin het voorschot niet is herzien, maar de tegemoetkoming direct is vastgesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/213cdf4177a9f64d51640bd6e4e397fef2c0dfa6893dec4a8a04d52b88037b27. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 213cdf4177a9f64d51640bd6e4e397fef2c0dfa6893dec4a8a04d52b88037b27, en de alinea staat in dat document op bytes 11035 tot 12074.