Citaat | Raad van State 21 februari 2018
Onder 28.6. Raad van State 21 februari 2018
Een alinea uit Raad van State 21 februari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:616.
Artikel 6, zesde lid, van de mer-richtlijn is, voor zover relevant voor de bestreden besluiten, geïmplementeerd in afdeling 3.4 van de Awb in samenhang met de artikelen 3.31, derde lid, aanhef en onder d, en 3.35, vierde lid, van de Wro. Deze bepalingen voorzien in de terinzagelegging van de gecoördineerd voorbereide ontwerpbesluiten en de mogelijkheid voor een ieder om daarover zienswijzen naar voren te brengen. Uit artikel 3:16, eerste lid, van de Awb volgt dat de termijn voor het naar voren brengen van zienswijzen zes weken bedraagt. De Wro bevat op dit punt geen afwijkende regeling voor gecoördineerde besluiten, zodat de termijn voor het naar voren brengen van zienswijzen ook voor die besluiten zes weken bedraagt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4147d77a3cb885c89f32384f24a21ab8f1c2026607a456f84c9187bc7e239c96. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4147d77a3cb885c89f32384f24a21ab8f1c2026607a456f84c9187bc7e239c96, en de alinea staat in dat document op bytes 57150 tot 57897.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4147d77a3cb885c89f32384f24a21ab8f1c2026607a456f84c9187bc7e239c96 | shasum -a 256