Citaat | Raad van State 21 februari 2018

Onder 82.3. Raad van State 21 februari 2018

Een alinea uit Raad van State 21 februari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:616.

Ter beoordeling staat of de voorlopige en de definitieve bestemming voor de windturbineposities in hetzelfde ruimtelijke plan moeten zijn neergelegd. De Afdeling is van oordeel dat een inpassingsplan kan worden vastgesteld dat voor bepaalde gronden alleen een voorlopige bestemming bevat. Gelet op artikel 3.28, derde lid, van de Wro wordt het inpassingsplan geacht deel uit te maken van het bestemmingsplan of de bestemmingsplannen waarop het betrekking heeft. Naar het oordeel van de Afdeling betekent dit dat wanneer een inpassingsplan voor bepaalde gronden alleen een voorlopige bestemming bevat, voor het overige het reeds geldende bestemmingsplan of de reeds geldende beheersverordening van kracht blijft. De daarin neergelegde bestemming kan in dat geval worden beschouwd als de bestemming als bedoeld in artikel 3.1.5 van het Bro. Die definitieve bestemming gaat weer gelden zodra de voorlopige bestemming vervalt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4147d77a3cb885c89f32384f24a21ab8f1c2026607a456f84c9187bc7e239c96. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4147d77a3cb885c89f32384f24a21ab8f1c2026607a456f84c9187bc7e239c96, en de alinea staat in dat document op bytes 173142 tot 174077.