Citaat | Raad van State 21 februari 2018
Alinea 545 Raad van State 21 februari 2018
Een alinea uit Raad van State 21 februari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:616.
118. Platform Storm en anderen stellen dat de cumulatieve geluidbelasting op onjuiste wijze is berekend. Zij voeren daartoe aan dat de effecten van het windpark N33 ten onrechte niet in de berekeningen zijn betrokken. [appellant sub 4] stelt dat rekening dient te worden gehouden met de cumulatieve bijdrage van windparken in de omgeving. [appellant sub 4] brengt naar voren dat de door de ministers gehanteerde methode Miedema niet geschikt is voor het bepalen van de geluidbelasting in het gebied. Hij stelt verder dat deze methode niet gebruikt kan worden voor het bepalen van de benodigde gevelwering en evenmin voor cumulatie van geluid dat afkomstig is van geluidbronnen met een sterk wisselend karakter. Volgens hem hadden de ministers toepassing dienen te geven aan het model dat door het RIVM is ontwikkeld. Ook Platform Storm en anderen brengen naar voren dat de methode Miedema niet mag worden toegepast. Zij voeren onder verwijzing naar de notitie van Peutz van 8 april 2016 aan dat de cumulatieve geluidbelasting in een landelijke omgeving als de omgeving van het plangebied beperkt zou moeten blijven tot maximaal 41 dB Lden. De berekende cumulatieve geluidbelasting is volgens hen daarom niet aanvaardbaar. [appellant sub 4] brengt naar voren dat, indien wordt aangesloten bij de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening uit 1998, een geluidniveau van minder dan 40 dB(A) voor de omgeving van het plangebied zou dienen te worden aangehouden voor de kwalificatie van een goed akoestisch klimaat. Hij stelt dat sprake is van een bijzondere omstandigheid in de zin van artikel 3.14a, derde lid, van het Activiteitenbesluit, omdat het heersende achtergrondgeluidniveau veel lager is dan 47 dB(A). Volgens hem zou de bijdrage van iedere windturbine afzonderlijk inzichtelijk moeten worden gemaakt en had het referentieniveau, uitgedrukt in L95, in beeld moeten worden gebracht. WindNEE en anderen stellen dat sprake is van een bijzondere omstandigheid als bedoeld in artikel 3.14a, derde lid, vanwege het zeer stille karakter van de omgeving. WindNEE en anderen stellen dat de geluidbelasting ’s nachts minder is dan de richtwaarde van 30 dB(A), die in de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening uit 1998 is opgenomen voor een landelijke woonomgeving. Volgens het rapport van DGMR van 7 maart 2017, waarnaar WindNEE en anderen verwijzen, is de omgeving van het plangebied vergelijkbaar met een stiltegebied en is ten onrechte geen volledig onderzoek verricht naar het achtergrondgeluidniveau. DGMR stelt verder dat bij het bepalen van de cumulatieve geluidbelasting geen rekening is gehouden met de maximale planologische mogelijkheden. Niet duidelijk is of rekening is gehouden met de volledige invulling van de industrieterreinen op basis van een worstcasescenario, aldus DGMR. Volgens DGMR is het geluidniveau, dat overeenkomt met een toename van 2,7 - 7 dB die door het bedrijf Avebe in de toekomst kan worden benut, niet betrokken. Dat betekent dat voor de woning aan de Noorderblokken 40 en de woning aan de Gasselterboerveen 1 de cumulatieve geluidbelasting is onderschat, aldus DGMR. Platform Storm wijst ook op de landelijke en stille omgeving en stelt daarnaast dat de cumulatieve geluidbelasting niet goed is bepaald.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4147d77a3cb885c89f32384f24a21ab8f1c2026607a456f84c9187bc7e239c96. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4147d77a3cb885c89f32384f24a21ab8f1c2026607a456f84c9187bc7e239c96, en de alinea staat in dat document op bytes 248167 tot 251444.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4147d77a3cb885c89f32384f24a21ab8f1c2026607a456f84c9187bc7e239c96 | shasum -a 256