Citaat | Raad van State 21 februari 2018

Alinea 905 Raad van State 21 februari 2018

Een alinea uit Raad van State 21 februari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:616.

202. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen is er geen grond voor het oordeel dat de ministers na afweging van de betrokken belangen, waaronder het belang van appellanten bij het behoud van het bestaande landschap en het belang dat is gemoeid met het realiseren van de windturbines, het plan niet hebben mogen vaststellen. De stelling van Platform Storm en anderen dat de visualisaties die bij het MER zijn gevoegd geen juiste weergave bevatten van de werkelijkheid, leidt niet tot een ander oordeel. De Afdeling acht niet aannemelijk gemaakt dat deze visualisaties, die dienen als hulpmiddel voor het bepalen van de landschappelijke effecten, een zodanig andere weergave van de werkelijkheid bevatten dat de ministers zich daar niet mede op hebben mogen baseren. Voorts is in artikel 4, lid 4.1.2, onder a, sub 4 en 5, van de planregels bepaald dat per lijnopstelling de windturbines dezelfde rotordiameter, ashoogte, draairichting en uiterlijke verschijningsvorm van de gondel moeten hebben. De ministers hebben zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat daarmee op voldoende wijze is gewaarborgd dat per lijnopstelling van een samenhangend beeld van turbines sprake zal zijn. Gelet op de afstanden tussen de lijnopstellingen is er geen grond voor het oordeel dat de omstandigheid dat het type windturbine per lijnopstelling kan verschillen, een zodanig onsamenhangend beeld geeft, dat de ministers daar bij de vaststelling van het plan doorslaggevende betekenis aan hadden moeten toekennen. De Afdeling ziet voorts geen grond voor het oordeel dat de ministers zich niet in redelijkheid op het standpunt hebben kunnen stellen dat de afstand in de lijnopstelling tussen de turbine in cluster DEE tot de eerstvolgende turbine in de lijnopstelling in deelgebied RH niet zo groot is dat vanuit landschappelijk oogpunt geen sprake meer is van een visuele eenheid. Verder zijn de lijnopstellingen verdeeld over vier deelgebieden, waar drie afzonderlijke exploitanten de windturbines zullen realiseren. Gelet op de met de windturbines te behalen energiedoelstelling acht de Afdeling het niet waarschijnlijk dat één van deze exploitanten zal volstaan met het realiseren van slechts één of enkele turbines in een lijnopstelling. Onder deze omstandigheden hebben de ministers geen aanleiding hoeven zien om een verplichting in de planregels op te nemen die ertoe strekt dat álle windturbines binnen dezelfde lijnopstelling moeten worden opgericht om de landschappelijke inpassing te waarborgen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4147d77a3cb885c89f32384f24a21ab8f1c2026607a456f84c9187bc7e239c96. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4147d77a3cb885c89f32384f24a21ab8f1c2026607a456f84c9187bc7e239c96, en de alinea staat in dat document op bytes 459876 tot 462397.