Citaat | Raad van State 21 februari 2018
Alinea 968 Raad van State 21 februari 2018
Een alinea uit Raad van State 21 februari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:616.
214.2. Zoals de Afdeling heeft overwogen in haar uitspraak van 25 juni 2014, ECLI:NL:RVS:2014:2296, strekt artikel 3.1.6, eerste lid, aanhef en onder f, van het Bro er mede toe om te voorkomen dat belanghebbenden worden geconfronteerd met de nadelige ruimtelijke gevolgen van een bestemming die niet uitvoerbaar is. Aldus beoogt artikel 3.1.6, eerste lid, aanhef en onder f, van het Bro de bij het daadwerkelijk realiseren van de bestemming betrokken belangen te beschermen, waaronder in ieder geval begrepen die van grondeigenaren en grondgebruikers in en om het plangebied. De appellanten die beroepsgronden over de financiële en economische uitvoerbaarheid van het plan hebben aangevoerd, zijn allen grondeigenaren of -gebruikers in het plangebied of de directe omgeving daarvan, of komen als organisatie mede op voor de belangen van deze grondeigenaren of -gebruikers. Gelet hierop staat het relativiteitsvereiste niet aan een inhoudelijke beoordeling van de beroepsgronden over de financiële en economische uitvoerbaarheid in de weg.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4147d77a3cb885c89f32384f24a21ab8f1c2026607a456f84c9187bc7e239c96. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4147d77a3cb885c89f32384f24a21ab8f1c2026607a456f84c9187bc7e239c96, en de alinea staat in dat document op bytes 491035 tot 492091.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4147d77a3cb885c89f32384f24a21ab8f1c2026607a456f84c9187bc7e239c96 | shasum -a 256