Citaat | Raad van State 28 februari 2018
Alinea 38 Raad van State 28 februari 2018
Een alinea uit Raad van State 28 februari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:666.
6. [appellant] betoogt allereerst dat de rechtbank hem ten onrechte heeft verweten geen toestemming als bedoeld in artikel 8:29, vijfde lid, van de Wob te hebben gegeven. Hij voert hiertoe aan dat het hem, anders dan waar de rechtbank kennelijk van uit is gegaan, niet gaat om inzage in de ongelakte stukken, maar om inzage in de gelakte stukken waarbij per passage inzichtelijk is gemaakt op welke grond(en) welke passage is geweigerd. Volgens [appellant] is inzicht in die gegevens noodzakelijk voor een goede procesvoorbereiding. De rechtbank heeft volgens [appellant] tevens miskend dat zijn procesbelang wordt geschaad aangezien het voor hem in het geheel niet duidelijk is welke passage op welke grond wordt geweigerd en hoe vaak de verschillende gronden zijn gebruikt. De minister had dit ook voor hem inzichtelijk moeten maken. Hij verwijst hiertoe naar de uitspraak van de Afdeling van 12 juni 2013, ECLI:NL:RVS:2013:CA2884.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c074e5faf5a2e6080e0b73cfbc420ac47f1f972d0719fa6c5a50a9e67ec9f79e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c074e5faf5a2e6080e0b73cfbc420ac47f1f972d0719fa6c5a50a9e67ec9f79e, en de alinea staat in dat document op bytes 13224 tot 14176.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c074e5faf5a2e6080e0b73cfbc420ac47f1f972d0719fa6c5a50a9e67ec9f79e | shasum -a 256