Citaat | Raad van State 7 maart 2018

Alinea 54 Raad van State 7 maart 2018

Een alinea uit Raad van State 7 maart 2018, ECLI:NL:RVS:2018:785.

7.2. De beperking van het recht op vrijheid van meningsuiting is bij wet voorzien in de zin van artikel 10, tweede lid, van het EVRM, nu deze beperking is gegrond op de artikelen 2:10, eerste lid, en 2:42, eerste lid, van de Apv. Voorts was de beperking gerechtvaardigd in het belang van de openbare veiligheid, ter voorkoming van wanordelijkheden en ter bescherming van de rechten van anderen, aangezien het handelen noodzakelijk was voor de verkeersveiligheid en daarmee voor het voorkomen van ongevallen. De beperking komt daarmee tegemoet aan een dringende maatschappelijke behoefte en staat ook in een redelijke verhouding tot het nagestreefde doel. Daarbij is van belang dat de beperking, naar het college ook uitdrukkelijk heeft gesteld, niet ziet op de inhoud van de teksten, maar op de plaats en de wijze waarop ze waren aangebracht. [appellant] had, zoals ook in het door het college overgenomen advies van de bezwaarschriftencommissie staat, voldoende andere mogelijkheden om zijn mening in de openbare ruimte te uiten. De rechtbank heeft terecht geen grond gevonden voor het oordeel dat het handhavende optreden van het college in strijd was met artikel 10 van het EVRM. Op gelijke gronden was dat optreden niet in strijd met artikel 19 van het IVBPR.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c29562ead3d8a981a1a9461f0c0632c618940c3cb2ba27894f3f9f7e9039fd51. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c29562ead3d8a981a1a9461f0c0632c618940c3cb2ba27894f3f9f7e9039fd51, en de alinea staat in dat document op bytes 23890 tot 25172.