Citaat | Raad van State 14 maart 2018
Alinea 33 Raad van State 14 maart 2018
Een alinea uit Raad van State 14 maart 2018, ECLI:NL:RVS:2018:838.
De rechtbank heeft over besluit 2 geoordeeld dat de minister zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat artikel 2.4 van de WNT geen ruimte laat om een categorale uitzondering te maken op de norm van artikel 2.3 van die wet. Daarbij heeft de rechtbank het van belang geacht dat artikel 1.1 onder c, van de WNT partijen definieert als de rechtspersoon waartoe de verantwoordelijke behoort en de topfunctionaris die bezoldiging zijn overeengekomen als tegenprestatie voor de uitvoering van de aan de topfunctionaris opgedragen taken. De rechtbank heeft voor haar oordeel verder steun gevonden in de memorie van toelichting bij de artikelen 2.3 en 2.4 van de WNT. De rechtbank heeft de NVZ evenmin gevolgd in haar standpunt dat de brief van 6 november 2015 ook had moeten worden opgevat als individuele verzoeken van haar leden. De brief is immers namens alle leden ingediend en er wordt om een categorale uitzondering verzocht. Daarnaast worden in de brief geen individuele omstandigheden aangevoerd. De rechtbank heeft voorts geoordeeld dat de minister zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat de ministeriële regeling als bedoeld in artikel 2.5 van de WNT een algemeen verbindend voorschrift is. De ministeriële regeling voorziet in de mogelijkheid om voor een of meer functies van topfunctionarissen bij een rechtspersoon of instelling een maximale bezoldiging vast te stellen die hoger ligt dan de maximale bezoldiging als bedoeld in artikel 2.3 van de WNT, maar niet hoger dan de maximumbezoldiging als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, zoals dit artikel luidde op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van de WNT-2. De ministeriële regeling houdt dus een zelfstandige normstelling in en niet een concretisering van een zelfstandige norm. Deze naar buiten werkende en voor een ieder bindende ministeriële regeling leent zich bovendien voor herhaalde, concrete toepassing. Dat de ministeriële regeling volgens de NVZ is gericht op een afgebakende groep van instellingen leidt volgens de rechtbank niet tot een andere conclusie. Dit laat immers onverlet dat de groep van topfunctionarissen als bedoeld in artikel 2.5 van de WNT binnen die afgebakende groep van instellingen onbeperkt is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/26403eb247c301b77b846850fb31f7c5a4b02dff1696fdefdce15e43bfbd9c47. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 26403eb247c301b77b846850fb31f7c5a4b02dff1696fdefdce15e43bfbd9c47, en de alinea staat in dat document op bytes 12003 tot 14234.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/26403eb247c301b77b846850fb31f7c5a4b02dff1696fdefdce15e43bfbd9c47 | shasum -a 256