Citaat | Raad van State 14 maart 2018

Alinea 87 Raad van State 14 maart 2018

Een alinea uit Raad van State 14 maart 2018, ECLI:NL:RVS:2018:838.

6. De NVZ stelt zich op het standpunt dat de minister in bezwaar de NVZ op zijn minst had moeten horen. De Afdeling vat deze stelling op als een betoog dat de rechtbank ten onrechte niet is ingegaan op de in beroep aangevoerde grond dat de formele afwijzingsgronden (kennelijke niet-ontvankelijkheid en kennelijke ongegrondheid) van het verzoek, die door de minister worden aangevoerd, zeer restrictief moeten worden toegepast. In de onderhavige situatie bestaat geen aanleiding te veronderstellen dat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk of kennelijk ongegrond is, aldus de NVZ.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/26403eb247c301b77b846850fb31f7c5a4b02dff1696fdefdce15e43bfbd9c47. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 26403eb247c301b77b846850fb31f7c5a4b02dff1696fdefdce15e43bfbd9c47, en de alinea staat in dat document op bytes 32938 tot 33539.