Citaat | Raad van State 14 maart 2018

Alinea 98 Raad van State 14 maart 2018

Een alinea uit Raad van State 14 maart 2018, ECLI:NL:RVS:2018:838.

6.4. De door NVZ ter zitting in hoger beroep aangevoerde omstandigheden, voor zover die erop neerkomen dat de gronden bezwaar ter zitting hadden kunnen worden aangevuld, geven op zichzelf geen aanleiding tot het oordeel dat de minister ten onrechte van het horen heeft afgezien. De beslissing om met toepassing van artikel 7:3, aanhef en onder b, van de Awb van horen af te zien, dient immers te worden genomen op grond van wat in het bezwaarschrift is gesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/26403eb247c301b77b846850fb31f7c5a4b02dff1696fdefdce15e43bfbd9c47. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 26403eb247c301b77b846850fb31f7c5a4b02dff1696fdefdce15e43bfbd9c47, en de alinea staat in dat document op bytes 35804 tot 36284.