Citaat | Raad van State 14 maart 2018

Alinea 28 Raad van State 14 maart 2018

Een alinea uit Raad van State 14 maart 2018, ECLI:NL:RVS:2018:862.

2.2. Uit artikel 4:8, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht volgt dat de burgemeester alvorens een besluit tot oplegging van een huisverbod te nemen, [appellant] in de gelegenheid moest stellen zijn zienswijze naar voren te brengen. Uit het RiHG blijkt dat zowel [appellant] als zijn ex-vriendin ter plaatse zijn gehoord. Het RiHG behelst op pagina 6 een weergave van de reactie van [appellant] op het jegens hem geuite voornemen tot het opleggen van een huisverbod. Verder geeft [appellant] in zijn aanvullende beroepschrift bij de rechtbank aan door de politie te zijn gehoord. Gelet hierop heeft de rechtbank terecht geen grond gezien voor het oordeel dat [appellant] onvoldoende in de gelegenheid is gesteld om zijn zienswijze kenbaar te maken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/20e54f4571b6ff283d73e4eea5d6b34d0190264fac75581c6f1b12f7e8a64bcd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 20e54f4571b6ff283d73e4eea5d6b34d0190264fac75581c6f1b12f7e8a64bcd, en de alinea staat in dat document op bytes 7617 tot 8392.